Ik heb weer eens een weegschaal gekocht. Eén keer in de zoveel tijd schaf ik een weegschaal aan, die ik na verloop van tijd weer verkoop, verbrijzel of verpletter. Als de rust is wedergekeerd, koop ik er geheel onbevangen weer eentje. Het is een soort cyclus, zoals vrouwen die kunnen hebben. Het is net zoiets als het jojo-effect.
Ik vind dit zelf niet prettig. Er zijn ergere dingen dan je bezig te houden met de waarheid omtrent je lichaamsgewicht. Maar ook ik ben een westerse vrouw en het is me met de paplepel ingegoten, dat je grote zelfbeheersing rondom je eigen vetmassa moet hebben.
Een weegschaal is op zich best vermakelijk. Je weegt jezelf, je eet een pizza van 800 gram. Je controleert na de maaltijd met diezelfde weegschaal of de pizza daadwerkelijk 800 gram was. Dit is geen hoogstaande activiteit. Maar ik zeg altijd maar zo; ‘Hoeveel Nederlanders kijken wel niet naar belspelletjes op tv? Dat is pas erg!’ Dit is een zwak argument. Maar mijn vader doet ook zoiets. Bij elke boterham, die hij besmeert met vette roomboter, stelt hij z’n geweten gerust met de gedachte: Ik rook ook al niet!
Soms op verjaardagen met de geur van frituur, kan ik een onweerstaanbare drang voelen om kennis te nemen van mijn gewicht. Dan trek ik mij op brutale wijze terug in de badkamer, ontdoe mij van mijn jurkje en waag een sprongetje op de waag. Maar toen ik ooit betrapt werd door de heer des huizes besloot ik dat het tijd werd om mijzelf weer te voorzien van een eigen weegschaal.
De vorige had ik immers naar een kringloopwinkel zonder winstoogmerk gebracht. ‘Alsjeblieft,’ zei ik tegen de vrijwilliger, een forse kalende Hagenees met paardenstaart en een opvallend goed humeur. Hij keek me vol verbazing aan: ‘Waarom doe je zo’n goed ding weg?’ Ondertussen nam hij nietsvermoedend plaats op mijn afdankertje. De digitale, rode cijfers gaven aan: 121 kilo. Ik zag het goede humeur plotsklaps uit zijn lijf en ledematen verdwijnen. Wat overbleef was een dik log mormel met slechts drie gedachten: ‘Hoe is dit in godsnaam mogelijk?’ ‘Ik haal vanavond de hometrainer van zolder! en ‘Mijn boterhammen met salami zijn voor de eendjes!’
‘Daarom!,’ antwoordde ik.
Oftewel: Laat het lichaamsgewicht nooit zegevieren over de levensvreugde!
Leuk geschreven. Het is aangenaam een artikel te lezen met dergelijke humoristische impact. Dit smaakt naar meer dus blijf ik je een tijdje volgen